2.
De hele namiddag moest Orphelia op een stoel in de hoek van de keuken zitten terwijl de rest van de familie in de woonkamer verzameld was. “Denk goed na over wat je gedaan hebt,” had haar moeder haar toegesnauwd toen ze haar onzacht neerzette, “je komt er pas uit wanneer je bereid bent om je excuses aan te bieden”.
Aangezien Orphelia niet het excuserende type was zou dit nog wel even kunnen duren. Waarom zou ze zich verontschuldigen. Zij was het niet geweest die opa aan zijn lot had overgelaten onder die loodzware steen. Zij was het niet geweest die alle hoop na enkele minuten al had opgegeven. Zij wou vechten voor opa. Een mislukte goocheltruc was geen schande. Ze zou opa hebben geholpen bij de voorbereidingen en ooit zou het hem gelukt zijn. Trots zou ze aan de zijkant van de put staan, leunend op haar spade zoals ze de andere assistenten had zien doen. Gehuld in een dieprood kostuum met gele glitters en gigantische gouden manchetknopen op haar jasje. De gedachte deed haar bijna grinniken, maar wanneer ze de onrechtvaardige positie weer onder ogen zag waarin ze was terechtgekomen verging het lachen Orphelia al snel. Ze trok haar knieën tegen haar borst en verbrak het olympisch record “mokken met pruillip” met ruim zevendertig seconden. (*)
(*) Recordpoging vastgesteld door gerechtsdeurwaarder Vanfleteren. Twaalf jaar later legde rijkeluisdochter Valérie de Valencourt het nieuwe record vast op vierentwintig minuten, tweeëntwintig seconden en vijftig honderdsten, nadat haar vader haar herhaaldelijk had geweigerd de planeet Pluto te kopen om er een paardenranch op te bouwen.
Het was koud in de keuken en een blauwe tegelmuur beschikt slechts over beperkte entertainende mogelijkheden. De toeschouwer kan de tegels tellen, vaststellen dat de muur niet echt waterpas loopt en hij kan de dikte van de groeven bestuderen, maar veel verder reiken de opties niet. Het was dan ook een hele opluchting voor Orphelia om de keukendeur te zien opengaan en iemand zijn hoofd voorzichtig voorbij de rand te zien draaien.
“Oom Felix!”
“Sst” is een lettercombinatie die op het eerste gezicht weinig betekenis heeft, maar een geoefend lawaaimaker begrijpt direct wat de maker van het geluid bedoelt wanneer hij daarbij een vinger op de lippen legt en stilletjes in de richting van de roeper sluipt. “Je moeder weet niet dat ik hier ben, maar ik dacht dat je wel stilaan honger zou hebben”. Hij knielde en stopte Orphelia een broodje met kaas toe, waarbij die laatste (*) fel de neus ophaalde.
(*) Technisch gezien zou dit het broodje kaas zijn, maar laten we elkaars intelligentie niet beledigen.
“Kaas stinkt!”
“Ook goed”, fluisterde Oom Felix schouderophalend, waarna hij een flinke hap van het broodje nam. Enkele kruimels bleven in zijn snor hangen. Luid smakkend werkte hij alles naar binnen. Orphelia’s maag knorde. Haar oom keek haar onderzoekend aan. “Ben je zeker dat je geen broodje wou?”. Orphelia schudde van nee. Ze had nu wel tijd genoeg gehad om over de vreemde dag na te denken. Ze dacht dat haar familie wel meer gaf om haar opa. Ze had zich duidelijk vergist. Haar knorrende maag was het laatste wat in haar malende hersenen rondspookte.
“Hoe konden ze... waarom hebben ze niet ... houden ze niet ...?”. Orphelia probeerde de vraag die haar de hele dag al had beziggehouden onder woorden te brengen, terwijl ze met haar ogen knipperde alsof ze onafgebroken uien aan het snijden was geweest. Huilen had haar zonder uitzondering steeds een oorveeg opgeleverd (“Als we water willen zullen we dat wel uit de regenton halen”) dus ze probeerde dit zoveel mogelijk te vermijden. Haar oom leek echter weinig aanstalten te maken om boos te worden en wachtte geduldig af tot ze haar zin zou afmaken.
“Waarom wilden ze opa niet helpen?”
“Helpen?”
“Hij ... zijn truc... Hij kwam niet op tijd naar boven. Ze hebben niet gewacht. Hij zal nu voor altijd onder die steen zitten, wachten tot iemand hem komt bevrijden. En ik kan het niet. Ik ben niet groot en sterk genoeg. ”
Oom Felix keek haar verbaasd aan. “Hebben ze je het nooit verteld?”
“Wat dan?”
Hij antwoordde niet maar schudde onbegrijpend met het hoofd.
“Wat, oom Felix? Vertel het mij! Wat hebben ze niet ...”
“Je opa zal niet voor altijd zitten wachten tot iemand hem komt halen ...”
“Oh, oom Felix, ga jij hem redden, ga jij met andere sterke mannen...”
Hij onderbrak haar.
“Je opa komt niet meer terug, Orphelia. Hij is gestorven.”
Orphelia tilde een wenkbrauw op. “Ge-wat?”
“Je opa zal niet voor altijd zitten wachten tot iemand hem komt halen ...”
“Oh, oom Felix, ga jij hem redden, ga jij met andere sterke mannen...”
Hij onderbrak haar.
“Je opa komt niet meer terug, Orphelia. Hij is gestorven.”
Orphelia tilde een wenkbrauw op. “Ge-wat?”
“Ik kan niet geloven dat mijn zuster zo op gaat in haar eigen verdriet dat ze zelfs haar dochter vergeet in te lichten.”, mompelde oom Felix afkeurend.
“Gestorven. Hij leeft niet meer, hij komt niet meer terug.
Op een zekere dag is het voor iedereen de laatste dag. Je weet niet wanneer het gebeurt, maar het overkomt iedereen. Je opa was al langer ziek. Vond je het niet vreemd dat hij niet meer in zijn huis kon blijven?”
“Opa was op vakantie. In het Blauwe Pyjamahotel!”
“Dat was het ziekenhuis. Daar brengen ze mensen naartoe die ziek zijn. Of pijn hebben.”
“Dus als ik pijn heb, ga ik naar dat hotel en dan kom ik nooit meer terug?”
“Nee, je kan ook genezen. Maar voor opa was het te laat. Opa komt niet meer terug.”
Oom Felix stond op en veegde de kruimels van zijn snor. “Ik ga nu terug naar de familie, ik wil niet dat je in problemen komt omdat ik je bezocht heb. Maar als je nog vragen hebt mag je altijd naar mij komen. Tot later, Orphelia.” Hij gaf haar een schouderklopje, draaide zich om en wandelde naar de deur.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten